Landelijk beweegrapport voor jeugd met een chronische aandoening of beperking.

De Physical Activity Report Card+ is een rapport over de landelijke prestaties van het beweeg- en zitgedrag van jeugd met een chronische aandoening of beperking. De lancering van de “Nederlandse Physical Activity Report Card+”  vindt as vrijdag 12 mei plaats.

Bewegen is meer dan gezond, ook voor jeugd met een chronische aandoening of beperking.  Maar krijgt de jeugd met een chronische aandoening of beperking ook alle kansen om mee te doen met sport en bewegen?

In de Verenigde Staten en Canada wordt al meer dan 10 jaar jaarlijks een “schoolrapport” gemaakt van de landelijke prestaties van het beweeg- en sedentair gedrag van de jeugd. In 2016 is de eerste Nederlandse Report Card voor gezonde kinderen gepubliceerd.

Komende vrijdag wordt het rapport met de resultaten voor Nederlandse jeugd met een chronische aandoening of beperking gepresenteerd. Nederland is daarin uniek!

Voor mensen met een beperking is de laatste jaren al het een en ander positief veranderd om het sporten en bewegen te faciliteren. Hoe zit dat specifiek voor kinderen met een beperking? Hoe effectief zijn projecten en initiatieven die lichamelijke activiteit en sportparticipatie voor deze groep zouden moeten bevorderen? Hoe zit het met de sociale toegankelijkheid en acceptatie op sportclubs en bonden? Deze vraag loopt als rode draad door het rapport.

Vanaf komende vrijdag is het rapport te downloaden op onze site. Ook zijn onze aanbevelingen vanaf vrijdag op de site te downloaden.

Over Active Healthy Kids Nederland

Active Healthy Kids Nederland is een initiatief vanuit het Wilhelmina Kinderziekenhuis om meer aandacht te vestigen op het belang van gezond bewegen voor kinderen. Active Healthy Kids Nederland stelt de Nederlandse Report Card en de Report Card plus (voor kinderen met een chronische aandoening of beperking) samen. Meer info via www.activehealthykids.nl.

Support

Dit project werd mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Focusgebied Sport & Society van de Universiteit Utrecht en een subsidie van het Kenniscentrum Sport.